verslag suïcideverleiding

Suïcideverleiding in systemen                                                7 november 2016

Er staat vandaag een heftig thema op het programma. Zelfdoding, of terwijl suïcide. De afgelopen jaren zien we een vermeerdering van het aantal suïcides in Nederland. Het is niet allen iets wat volwassen mensen doen, ook kinderen hebben regelmatig gedachtes over de dood en ook zij komen soms tot dit onomkeerbare besluit. Zo hebben recent vijf jongeren in Wezep een einde aan hun leven gemaakt. Wat maakt het dat mensen tot deze daad komen? Wat spelen er voor sociale invloeden en krachten om mensen heen?

Vandaag drie mensen die in hun werk regelmatig te maken hebben met (jonge) mensen die uit het leven willen stappen.

What have I become
My sweetest friend
Everyone I know goes away
In the end
And you could have it all
My empire of dirt
I will let you down
I will make you hurt

Met het indringende lied ‘Hurt’ van Johnny Cash opent Jan Baars vandaag de dag. Jan Baars is psycholoog, psychotherapeut en systeemtherapeut bij GGZ Centraal. Tevens ook vader van een zoon die graag filosofeert over het leven. Zo ook over mensen die dood willen; ‘Als je op de brug staat met het plan om te springen, maar iemand duwt jou net voordat je zelf kiest om te springen. Zou je dan gaan zwemmen?’

De meeste mensen worden niet suïcidaal. Sommige mensen worden het zonder aanleiding. Er hoeft geen psychiatrische stoornis onder te liggen. Niet alle suïcidale mensen zijn depressief en niet alle depressieve mensen zijn suïcidaal. Suïcidaal gedrag ontstaat wanneer je er niet toe in staat bent om te voelen dat je erbij hoort. Je het idee hebt dat je tot last bent voor een ander. Het gevoel in de val te zitten ‘entrapment’. Waarom plegen mensen uiteindelijk zelfmoord? Als je bestaansrechten worden bedreigd, waarbij er een bedreiging is van je zelfbeeld en je autonomie. Mensen voelen een alomvattende hopenloosheid en het doorleven voelt als erger dan het doodgaan.

Naast persoonlijkheid die mensen kwetsbaarder kunnen maken voor suïcide, is er ook een systemische visie op wat hieraan kan bijdragen. Phil Zimbardo heeft hier over gepubliceerd en stelt dat onder andere sociale uitstoting, economische achterstelling, discriminatie, onpersoonlijke geestelijke gezondheidszorg, isolement en dat iemand zich niet meer kan spiegelen aan anderen door dit isolement factoren zijn die kunnen bijdragen aan een verhoogd suïciderisico.

Wat te doen als je met mensen in aanraking komt die suïcidaal zijn? Een van de belangrijkste factoren is contact maken. Naast iemand gaan staan en samen zoeken naar lichtpuntjes. Non-suïcide afspraken maken heeft volgens Jan Baars geen zin, dit doen hulpverleners omdat ze zichzelf willen beschermen. Een risicotaxatie maken en informatie geven vindt hij wel van belang. En heel basaal, een luisterend oor bieden als hupverlener.

De tweede spreker is Aleid Grijpma, kinder-jeugdpsychiater GGZ Centraal, hoofd spoed en complex en werkt bij de crisisdienst. Ze heeft in haar werk veel te maken met jongeren die kampen met suïcidale gedachtes. Iets wat veel voorkomt bij jongeren. Als we kijken naar cijfers tussen 1985-2015 zien we dat er gemiddeld 46 suïcides per jaar zijn van jongeren tot 19 jaar. Merendeels zijn jongens, mogelijk vanwege hun impulsiviteit. De trend is stijgend, ook bij meisjes. 6% van de jongen heeft ooit een poging gedaan, waarbij Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse meisjes het vaakst een poging doen. Het is iets wat vaak voorkomt in de adolescente fase. Jongeren hebben dan te maken met het losmaken van ouders, stress op school, culturele identiteit, sociale contacten, opzien tegen volwassenheid met alle bijbehorende verantwoordelijkheden enz. Het emotionele deel van de hersenen rijps sneller dan de frontale kwab die mensen helpt bij structuur aanbrengen, overzicht bewaren en consequenties overzien. Dit speelt een rol bij de suïcidale gedachtes bij jongeren. Doordat zij dit laatste nog niet goed kunnen, hebben ze sneller het gevoel vast te zitten en zien geen uitweg meer.

Naast de eventuele psychopathologie als depressie, angst, middelenmisbruik en persoonlijkheid, spelen er ook gezinsfactoren mee bij jongeren als negatieve interactiepatronen tussen jongeren en ouders (die vaak al langdurig bestaan), weinig toezicht, ouders die niet betrokken lijken, vechtscheiding etc.

Als Aleid suïcidale jongeren ziet in de crisisdienst vindt zij het van uitermate belang dat de ouders betrokken worden. Ook al willen jongeren dit niet altijd, voor haar is het geen discussie om ouders niet bij het gesprek te betrekken als het om deze problematiek gaat. In haar verhaal beschrijft ze verder hoe ze te werk gaat als ze een suïcidale jongere binnen de crisisdienst tegenkomt. Suïcidegedachtes zijn geen standaard reden voor een opname, een opname kan geen veiligheid garanderen. Er wordt altijd gekeken wat er binnen het system kan worden opgevangen.

Na de pauze nam Lambert, staathoekwerker, ons mee in de wereld van de jongeren van Wezep. Hij kende de vijf jongeren die zich recent gesuïcideerd hebben en is nauw betrokken bij alle dingen die er georganiseerd zijn in het dorp na het verlies van deze jongeren.

De groepen jongeren in Wezep zijn tussen de 16 en 18 jaar en hangen veel op straat. Ze hebben problemen met autoriteit, hebben vaak geen diploma’s, gebrek aan sociale vaardigheden, connecties met het criminele circuit en er is sprake van alcohol en drugs gebruik. Deze jongeren hebben vaak een achtergrond met veel problemen, ook in de thuissituatie. Het is een rauwe wereld met zwart-wit denken en een collectief minderwaardigheidsgevoel. De groepen isoleren zich en er is weinig bereidheid om naar hulpverlening te stappen voor hulp.

Om dit patroon te doorbreken is er veel binnen de gemeenschap gedaan om verbinding te zoeken. Verenigingen, de kerk, scholen en straathoekwerk hebben vele bijeenkomsten georganiseerd of andere manieren gezocht om met deze jongeren in contact te komen. Er is getracht om deze jongeren toekomstperspectief te bieden door ze te helpen aan een baan of toe te leiden tot hulpinstanties. Maar er is ook geïnvesteerd in preventie op de middelbare scholen. Mooi om te zien dat er zoveel in beweging is gekomen na het tragische verlies van de vijf jongeren. Hopelijk werpt het zijn vruchten af voor de volgende generatie jongeren.

Als laatste spreken is Nienke Hoekstra aan de beurt, psychiater van de 24 uur acute zorg bij GGZ Centraal Harderwijk. Zij neemt ons mee aan de hand met een casus. Willem, 20 jaar, is gesignaleerd bij het spoor. Zijn ouders zijn gescheiden en er is geen contact met zijn moeder. Hij is somber, heeft geen vrienden, verveeld zich op school en recent heeft zijn vriendin het uit gemaakt. Ze vraagt de zaal wat te doen met deze casus. Belangrijke punten uit de zaal zijn het systeem in kaart brengen met bijvoorbeeld een genogram, het systeem erbij betrekken en valideren van zijn situatie.

Nienke geeft aan dat je als hulpverlener geen oordeel moet hebben over de suïcidegedachtes van iemand. Het is juist van belang om open en nieuwsgierig te zijn. Erkenning geven voor wat iemand voelt en wat er speelt in iemand leven.

Het werken met suïcidale mensen die ook een appel op hulpverleners. Machteloosheid, gevoel van falen en een spanningsveld tussen afstand-nabijheid en eigen emotie en professionaliteit.

In de afsluitende fase van de dag wordt er nog een filmpje getoond van 113 online, ‘wat bezielt iemand om zich van het leven te beroven’. Moeite waard om even te kijken.

https://www.youtube.com/watch?v=M56vTALKqms